Binnenland

De Stichting LISP

Niet alleen het kustgebied van Suriname behoort tot het werkgebied van de Stichting LISP. Maar ook het binnenland is een belangrijk werkgebied.

Dit uitgestrekt binnenland vnl. bewoond door Marrons en Inheemsen, vroeg om een andere benadering bij de vaststelling van de doelgroep die het LISP II programma wenst te bereiken. Deze specifieke benadering is gelegen in het feit dat de binnenland bewoners andere leefgewoonten (cultuur en structuur) onderhouden dan de verstedelijkte gebieden. Met dit in gedachte is de Stichting LISP niet over een nacht ijs gegaan, met de implementatie van het LISP II in het binnenland. Na diverse lokale instituten geraadpleegd te hebben, werd besloten een werkwijze te volgen die meer in lijn ligt en bekend is in de traditionele besluitvorming van deze tribale volken. Er is dankbaar gebruik gemaakt van de expertise die de IaDB( Inter American Development Bank) op dit gebied ter beschikking heeft gesteld. Ook het ministerie van Socialezaken en Volkshuisvesting en Ministerie van Regionale Ontwikkeling hebben een positieve stempel gedrukt op dit programma.

Een strategische samenwerking werd aangegaan met de Stichting Fonds Ontwikkeling Binnenland (SFOB) om onder andere de dorpen te identificeren en socio-economische onderzoeken te verrichten. Deze onderzoeken waren nodig om een beeld te verkrijgen wat de huidige sociale en economische omstandigheden waren in de verschillende dorpen als ook de staat van de woningvoorraad. De studie heeft daarnaast belangrijke data en inzicht verschaft in zaken zoals, leefomstandigheden, middelen van bestaan, sociale leefwijzen, gezinssamenstelling, inkomensniveau, woningbehoefte, woonwensen, aanwezige bouwmaterialen, aanwezige bouwvakkers, organisatiegraad en niet in mindere mate, de bereidheid van de gemeenschappen hun eigen inzet te plegen bij de realisering van een eventuele woning mochten ze in aanmerking komen. Hierbij werd in het bijzonder rekening gehouden met de eigen cultuur, dorpsstructuur en gezag.
Het traditionele gezag zou uiteindelijk mede helpen bepalen ‘op welke locatie’ in het dorp en ‘wie’ de meest behoeftigen waren in de gemeenschap. Vermeldenswaard is, dat ook 3 personen met een lichamelijke beperking in aanmerking zijn gekomen voor subsidie van hun woning.

De start van het project categoriseerde zich door kennismakingsbezoeken van de directie van de Stichting LISP en de vertegenwoordiger van de IaDB met de leiding van de dorpsgemeenschappen, de z.g.n. “krutu”. Tijdens deze krutu werd de komst van het project aangekondigd en werd uitgelegd wat het programma voor de gemeenschap betekende en ook wat de Stichting LISP van de gemeenschap verwachtte. Dit alles werd uiteindelijk vastgelegd in een Memorandum of Understanding (MoU) die getekend werd door de Directeur van de Stichting LISP en de respectieve dorpskapitein. Dit was tevens het startsein voor de aanvang van de uitvoering van de Pilot fase van het LISP-II voor het binnenland. De pilot werd ten uitvoer gebracht in 4 dorpen, t.w. Pikin Pada, Ricanau Mofo, Section en Matta, met de bouw van één voorbeeld woning in elk van de 4 dorpen.

In de fase na de pilot, genoemd de uitbreidingsfase of de “scale-up phase” kwamen er meer dorpen bij nl. de marrondorpen Pikin Slee, Kambaloewa, Djanka Kondre, Dritabiki, Poeketie en de inheemse dorpen Washabo en Apoera. In een laatste fase kwam het inheemse Cabendadorp erbij. De term scale-up heeft te maken met het feit dat er meer dan één woning tegelijk werd gebouwd nl. een aantal van 10 woningen per dorp bleek logistiek en begroting technisch voordeliger te zijn. De pilot dorpen kregen elk natuurlijk 9 woningen bij.

De implementatie van het LISP-II programma in de binnenland gemeenschappen werd gedaan volgens een proces waarbij de participatie van gemeenschap heel belangrijk en welkom was. Het z.g.n. “participatorisch” proces volgde na het socio- economische onderzoek. Dit proces stelde de bewoners in staat om te participeren door middel van het deelnemen aan werksessies, waarbij de gelegenheid geboden werd een eigen ‘low-income’ woning te ontwerpen. Modelwoningen werden dus in deze fase middels schetsen opgesteld. Uit de verschillende schetsen werd per dorp een definitief model gekozen en technisch verder uitgewerkt. Het vaststellen van de begroting is een logisch vervolg op het ontwerp traject en moest ook uitmonden in het bepalen van de bijdrage die door het individu geleverd zou worden. Deze bijdrage hoeft niet speciaal in geld geleverd te worden maar mocht ook in natura (materialen, transport of arbeid). Dit proces werd begeleid door een door de Stichting LISP aangetrokken consultantgroep genaamd “Team Alfa”.

Bouwen in het binnenland is duur, vanwege o.a. de transportkosten die doorberekend worden in diensten en producten. De Stichting LISP is er desondanks in geslaagd om binnen het Low Income Shelter Program-II 120 woningen te bouwen in 12 verschillende dorpen in het binnenland van Suriname. De verschillende actoren die hiertoe een bijdrage hebben geleverd wordt dank gezegd t.w. Het Ministerie van Sociale Zaken en Volkshuisvesting, de IaDB, Team Alfa, de SFOB, de verschillende District Commissarissen, de dorpsbesturen (Kapiteins en Basjas), bedrijven en toeleveranciers, transporteurs, aannemers, het bestuur en personeel van de Stichting LISP. Dit project heeft een positieve bijdrage geleverd aan de woningbouw in het binnenland en heeft bewezen dat het kan.

De verwachting naar andere gebieden is hierdoor gewekt en er wordt uitgekeken naar het vervolg van dit initiatief.